Vakjargon uitgelegd

In het vakgebied rond bedrijfsoverdracht en financieringen worden veel vaktermen gebruikt, welke voor de professional al lang zijn ingeburgerd. Wij realiseren ons dat klanten of andere belanghebbenden soms de draad kwijt zijn en niemand de professional nog begrijpt door het gebruik van deze vaktermen.

Dat proberen wij natuurlijk te voorkomen en het streven is om met klare taal te communiceren. Toch ontkomen wij er niet altijd aan om vakjargon te gebruiken.

Ten einde meer duidelijkheid te scheppen rond ons taalgebruik kunt u onderstaande begrippenlijst raadplegen. We pretenderen niet compleet te zijn.

Tevens hebben wij het wiel niet zelf uitgevonden, doch getracht de meest voorkomende en in omloop zijnde begrippen en de daarbij behorende verklaringen, op een alfabetische volgorde bijeen te brengen. De lijst wordt van tijd tot tijd geactualiseerd en is tevens te vinden op onze website.

Mist u termen, heeft u vragen, op- of aanmerkingen, dan vernemen wij deze uiteraard graag van u. U kunt op deze pagina de begrippenlijst bekijken of deze gratis downloaden.

Terminologie

Aansprakelijk vermogen
De solvabiliteit is de verhouding eigenvermogen / totaalvermogen. Banken corrigeren deze solvabiliteit in gevallen en noemen dat dan (bancair) aansprakelijk vermogen. Er zijn twee soorten correcties die de bank toepast. Binnen de balans en buiten de balans. Correcties binnen de balans:

  • goodwill; wordt altijd op nul gewaardeerd
  • activa waarderen tegen de waarde in het economisch verkeer
  • vorderingen; vordering op de DGA worden naar nul gewaardeerd
  • pensioen in eigen beheer; mag tot het eigen vermogen worden gerekend als de DGA hoofdelijk aansprakelijk is
  • achtergestelde leningen; mogen tot het eigen vermogen worden gerekend
  • schulden aan de DGA of groepsmaatschappijen; mogen tot het eigen vermogen worden gerekend als deze mededebiteur zijn.

Correcties buiten de balans zijn aan de orde als de DGA hoofdelijk aansprakelijk is of er sprake is van een IB onderneming. Het gaat dan om correcties zoals:

  • alle privébezittingen van de ondernemer; de waarde wordt geactiveerd
  • alle privéschulden van de ondernemer; de waarde wordt gepassiveerd

Achterstelling
Een lening aan een kredietnemer welke achtergesteld is ten opzichte van één of meer schuldeisers. Dit betekent dat de verstrekker van de achtergestelde lening pas aanspraak kan maken op terugbetaling nadat alle concurrente en preferente schulden, ten opzichte waarvan de lening is achtergesteld, zijn terugbetaald.

Actief aandeelhouderschap
Een participatiemaatschappij wil actief betrokken zijn bij zijn participatie en voldoende zeggenschap hebben over de te volgen strategie van de onderneming (bevoegdheid tot benoeming directie, vetorecht bij bepaalde besluiten, goedkeuring jaarrekening, en dergelijke).

Activa-passiva transactie
Een bedrijf kan worden overgedragen in tweetal transactievormen:

  • Aandelentransactie: de koper koopt de aandelen in de onderneming.
  • Activa/passiva-transactie: de koper neemt de activa en passiva van de onderneming over.

Add-on acquisities
Verdere overnames voor portfolio bedrijven van private equity (zie buy & build).

Afschrijvingen
Het in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een bedrijfsmiddel over een bepaalde periode. Er wordt steeds afschrijving toegepast om de slijtage door het gebruik tot uitdrukking te brengen. Deze afschrijving vormt een kostenpost in de winst- en verliesrekening en leidt dus tot een lager resultaat in de verslagperiode.

Afsluitprovisie
Een eenmalige bedrag, dat de geldverstrekker in rekening brengt bij het afsluiten van een financiering.

Amortization
Het afschrijven van immateriële vaste activa. Een voorbeeld van een immaterieel vast activum is goodwill, maar ook vergunningen.

Anchoring
Het openingsbod noemen tijdens een onderhandeling.

Annuïteitenlening
Een annuïteitenlening is een lening waarvan de rentebetalingen en de aflossingen plaatsvinden door middel van annuïteiten. Het kenmerk van een dergelijke lening is dat periodiek steeds hetzelfde bedrag (de annuïteit) aan de geldgever wordt betaald. Omdat de annuïteit een aflossingsbestanddeel bevat, daalt de periodiek verschuldigde rente, terwijl tegelijkertijd de aflossingen steeds groter worden.

Anti base erosion (art. 10a Wet Vpb)
De rente van leningen tussen bedrijven ten behoeve van het financieringen van acquisities zijn niet (meer) aftrekbaar.

Anti-dilution adjustments
Investeerders worden beschermd tegen de mogelijkheid dat een onderneming aandelen uitgeeft van een mindere waarde dan de waarde van de aandelen die eerdere investeerders hebben ontvangen.

Autonome groei
Zelfstandige (organische) groei van een onderneming in tegenstelling tot groei door acquisitie.

Bad Investor
Een informele investeerder die uit is op een meerderheidsbelang en daarmee zeggenschap in een start-up onderneming.

Bankgarantie
Een verklaring van een bank dat deze garant staat voor de betaling van een bepaalde som geld. Uitbetaling vindt plaats onder bepaalde voorwaarden, in een situatie die daartoe aanleiding geeft. Zo kan een onderneming een garantie stellen ten behoeve van een verhuurder of een leverancier die zekerheid wenst dat de klant zijn betalingsverplichting nakomt. Wanneer de betaling normaal gebeurt zal de garantie vervallen. Een garantie hoeft dus niet tot een uitkering te leiden.

Bereidstellingsprovisie
Wanneer een geldverstrekker geld inkoopt, maar het daadwerkelijke verstrekking nog niet heeft plaatsgevonden, dan kost dat de geldverstrekker geld. Er wordt immers nog geen rente over de lening ontvangen en het bedrag is reeds ingekocht en gereserveerd voor de lening. De kosten die geldverstrekkers maken bij onder andere langere offertetrajecten rekent men door middels bereidstellingsprovisie.

Betalingscapaciteit
Het bedrag dat beschikbaar is om rente en aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen.

BKR registratie
Bureau Krediet Registratie informeert aangesloten organisaties (deelnemers) over kredieten die consumenten hebben afgesloten. Deze informatie helpt deelnemers bij hun afweging of het verantwoord is een nieuw krediet te verstrekken. Zo helpt BKR krediet- en betalingsrisico’s te beperken en overkreditering en andere problematische schuldsituaties te voorkomen. Indien een persoon problemen heeft gehad met het voldoen van zijn financieringsverplichtingen, dan krijgt deze persoon een BKR codering. Op basis van deze BKR codering kunnen deelnemers inschatten wat het risicoprofiel is van een consument op dit gebied.

Borgtocht
Een overeenkomst waarbij een derde (de borg) de verplichting aangaat om de prestatie die de schuldenaar moet verrichten ten opzichte van de schuldeiser zelf (deels) na te komen indien de schuldenaar in gebreke blijft. De hoogte van het bedrag van de borgtocht wordt vooraf vastgesteld, vaak in een separate overeenkomst, en heeft een directe verbinding met de onderliggende overeenkomst. Bij een persoonlijke borgstelling is in principe toestemming nodig van de partner van de borg.

Break-even omzet
De omzet waarbij de totale opbrengsten gelijk zijn aan de totale kosten, het resultaat komt uit op 0 (break even).

Brugfinanciering / bridge
en tijdelijke financieringsconstructie die na een korte termijn zal afgelost worden na bijvoorbeeld een beursgang.

Bulletlening
Lening die op het einde van de looptijd in één keer wordt terugbetaald.

Business angel
Private investeerder of groep van investeerders, die in een (vroeg stadium in een) bedrijf investeren. Verstrekking van investering kan zowel in equity als vreemd vermogen of mengvormen.

Burn rate
Burn rate kan worden gemeten in geld of in tijd. Gemeten in geld is de burn rate de hoeveelheid geld dat een bedrijf per maand verliest. Gemeten in tijd is de burn rate het aantal maanden dat een bedrijf nog heeft voordat het geld op is.

Buy and build
Een bedrijf door middel van acquisities versneld laten groeien. Door samenwerking met een private equity investeerder kan het management sneller de fondsen verwerven om verdere overnames te doen.

Buyout financiering
Financiering van overnames waarbij een deel van de aandelen wordt gekocht door het zittende management (management buyout, MBO) of door nieuw management (buy-in, MBI).

Capital calls
Verzoek van onderneming richting aandeelhouders voor verdere financiering.

Carve-out
Transactie waarbij een onderneming een onderdeel verkoopt. De ontvlechting kan lastig zijn als de dochtermaatschappij erg verweven is met het moederbedrijf.

Change of Control clauses
Clausules waarin geregeld wordt dat, indien de controle over de onderneming wijzigt, het contract (bijvoorbeeld een leverancierscontract of een banklening) niet langer geldig is of wordt ontbonden.

Change of owner clauses
Clausule in documentatie waarin geregeld wordt welke rechten en plichten veranderen wanneer er een verandering van aandeelhouders plaatsvindt.

Confirmatory due dilligence
Tijdens een quick scan worden de risicogebieden van een deal geïdentificeerd. Deze worden tijdens de confirmatory due diligence nader onderzocht resulterend in eventuele garanties en vrijwaringen die in de koopovereenkomst dienen te worden opgenomen.

Controlled auction
Veilingprocedure die corporate financiers hanteren om een onderneming tegen de beste condities te verkopen. De bedoeling van de opzet van de veilingprocedure is – naast het realiseren van de beste prijs – gedurende het proces steeds in control te blijven.

Cost of equity
Het resultaat dat een investeerder in eigen vermogen (aandeelhouder) verwacht van een investering.

Covenant / bankcovenant
Wanneer een financiële instelling een lening en/of krediet verstrekt is er de mogelijkheid dat er aanvullende afspraken worden gemaakt en vastgelegd, de zogenaamde (bank)covenanten. In deze covenanten worden bepalingen opgenomen waaraan de lener zich dient te houden, zoals het voldoen aan bepaalde ratio’s. Daarentegen zijn er ook bepalingen waarin is opgenomen wat de lener juist niet mag doen, zoals het verstrekken van pandrecht of verkopen van aandelen zonder dat de bank hierin gekend is en goedkeuring voor heeft gegeven. De financier maakt gebruik van deze covenanten om de lener te kunnen controleren en mogelijk aan te spreken. Voorbeelden van een convenanten:

  • Kasstroom: Debt Service Coverage (DSCR) van minimaal 1,2
  • Leverage: DEBT to EBITDA van minimaal 3
  • Material Adverse Change Clause
  • No change of ownership
  • No change of control/management
  • Cross default
  • Non-dividend verklaring
  • Negative en positive pledge
  • Pari Passu

Crediteurentermijn
Dit kengetal geeft inzicht in het betalingsgedrag en betalingstermijn van de onderneming richting haar leveranciers.
Formule: Crediteurentermijn = (crediteuren ÷ inkoopwaarde van de verkopen + BTW) x 365

Cross default
Cross default is een clausule in een leningsovereenkomst. In deze situatie heeft de geldlener meerdere leningen ondergebracht. Bij het aangaan van een cross default clausule wordt overeengekomen dat er sprake is van verzuim als de debiteur bij een van deze leningen zijn verplichtingen niet nakomt, dit verzuim is direct van toepassing op alle lopende leningen.

Crowd Funding
Een alternatieve manier om een project te financieren, zonder financiële intermediairs zoals banken, maar door direct contact tussen grote groepen investeerders en ondernemers.

Cumulatief preferente aandelen (Cumprefs)
Aandelen die recht geven op een vast jaarlijks dividend. Indien een bedrijf in een bepaald jaar niet in staat is dividend uit te keren, dan blijft het recht daarop bij deze aandelen bestaan. Zodra het bedrijf hiertoe in staat is zal het uitstaande dividend met terugwerkende kracht uitbetaald worden. Preferente aandelen hebben voorrang op gewone aandelen.

Current Ratio
De Current Ratio is een (liquiditeits) kengetal dat inzicht geeft in de mate waarin de onderneming in staat is haar kortlopende schulden te voldoen, uitgaande van de op de balans aanwezige vlottende activa (inclusief voorraad).
Formule: Current Ratio = vlottende activa (inclusief voorraad) / kort vreemd vermogen

Het verschil tussen de Quick Ratio en de Current Ratio zit in het feit dat de Quick Ratio de voorraden niet meeneemt en de Current Ratio wel.

Data room / Virtual Data Room (VDR)
Een fysieke ruimte, doch tegenwoordig meest toepasselijk, een web-based applicatie, welke beveiligd alle relevantie dossiers/documenten bevat, waar koper (en adviseurs) de kans krijgen deze documenten te benaderen en in te zien, dan wel te downloaden onder voorwaarden van vooruit vastgelegde regelementen.

Debiteurentermijn
Dit kengetal geeft inzicht in het betalingsgedrag van debiteuren (afnemers). Het debiteurensaldo dient door de onderneming te worden (voor)gefinancierd. Hoe lager de debiteurentermijn, hoe minder kapitaal er verloren gaat aan de (voor)financiering van de debiteuren.
Formule: Debiteurentermijn = (handelsdebiteuren ÷ omzet + BTW) x 365

Debt & cash free
De uitonderhandelde transactieprijs bij de bedrijfsovername, met een balanssituatie, dat het bedrijf zonder financiële schulden en zonder cash geld wordt overgedragen.

Debt push-down
Schuldfinanciering zo veel mogelijk onderbrengen bij de werkmaatschappijen (waar onderpand zich bevindt, belastbare winst benut kan worden voor rente-aftrek en operationele kasstromen gegenereerd worden).

Debt ratio
De debt ratio geeft inzicht in de aanwezigheid van het vreemd vermogen in verhouding tot de totale financiering van de onderneming.
Formule: Debt ratio = Totaal vreemd vermogen / Totaal vermogen.

Debt to EBITDA
Debt to EBITDA is a een kengetal waarmee inzicht wordt verkregen in de verhouding schuld ten opzichte van het bedrijfsresultaat voor rente, belasting en aflossing. Deze ratio geeft een inschatting van de termijn waarop een onderneming haar schuld kan aflossen. De debt to EBITDA ratio wordt met name gebruikt voor de inschatting van het (krediet)risico. Hoe hoger de debt to EBITDA ratio hoe hoger de schuld en het risico.
Formule: Debt to EBITDA = (debt / EBITDA)

Debt to equity ratio
De debt to equity ratio geeft inzicht in de verhouding vreemd vermogen versus eigen vermogen.
Formule: Debt-to-equity-ratio = Totaal Vreemd Vermogen / Totaal Eigen vermogen.

Debt Service Coverage Ratio (DSCR)
Aan de hand van de Debt Service Coverage Ratio kan de rentabiliteit van een onderneming worden bepaald. Deze ratio wordt gebruikt om een beeld te krijgen van de betalingscapaciteit (Debt Service) in verhouding tot de financiële verplichtingen (betalingscapaciteit / financiële verplichtingen). Om de betalingscapaciteit vast te stellen, dient in eerste instantie de vrije geldstroom binnen de onderneming te worden bepaald (de middelen die vrij ter beschikking staan aan de vermogensverschaffers). Vervolgens moet worden gekeken naar de balans en privé opnames, welke van invloed zijn op de betalingscapaciteit. Hieronder zijn de betreffende onderdelen opgenomen om tot de betalingscapaciteit als onderdeel van de Debt Service Coverage Ratio te komen:
Resultaat
+/- Afschrijvingen
-/- Rentelasten
-/- Privéopnames

Desinvestering
Geheel of gedeeltelijk afstand nemen van een participatie, door verkoop aan andere aandeelhouders of derden, danwel (terug)betaling van leningen, interest en dividend, danwel afschrijving op een participatie vanwege afwaardering of faillissement.

DGA
Persoon die zowel Directeur als Groot Aandeelhouder is.

DCF-methode (Discounted Cash Flow method of DCF)
DCF methode is een methode om de waarde van een onderneming of van projecten te bepalen aan de hand van verwachte toekomstige vrije kasstromen. Door het verdisconteren van toekomstige kasstromen wordt het bedrag bepaald dat iemand vandaag wil betalen om recht op de toekomstige kasstroom te verkrijgen.

Dividend
Ondernemingen kunnen besluiten een deel van de jaarlijkse winst (of van de opgebouwde reserves) uit te keren aan aandeelhouders in de vorm van dividend. Een dividenduitkering is geen verplichting, elk jaar wordt het al dan niet uitkeren afgewogen door het bestuur en de Raad van Commissarissen.

Drag Along Right
Het recht van een aandeelhouder om anderen te dwingen om aandelen mee te verkopen indien de aandeelhouder een geïnteresseerde partij heeft gevonden om de aandelen te kopen.

Due Diligence
Een kopende partij maakt gebruik van een due diligence onderzoek met als doel het analyseren en controleren van alle relevante informatie die samenhangt met het kopen van de onderneming. Due diligence behelst in het algemeen onderzoek naar financiële, commerciële, juridische, operationele en strategische onderwerpen. Deze aspecten bepalen de waarde van de over te nemen onderneming en helpen de kopende partij tot een finale bieding te komen.

Earn-out regeling
Bij een earn-out regeling wordt de finale transactieprijs bij verkoop van een onderneming voor een deel afhankelijk gemaakt van de toekomstige realisatie van bepaalde -nader vast te leggen- doelstellingen. Deze doelstellingen hebben veelal betrekking op nog te realiseren omzet en resultaat.

EBIT
Earnings Before Interest and Tax: omzet minus de kosten van gewone bedrijfsuitoefening, exclusief financiële baten en lasten en belastingen. Dit is de maatstaf voor de winst die een onderneming haalt met haar operationele activiteiten zonder dat hier kosten en opbrengsten van de financiering in verwerkt zitten.

EBITDA
Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization: winst voor aftrek van interest, belastingen, afschrijvingen op activa en afschrijvingen op goodwill.

EBT
Earnings Before Tax, is gelijk aan EBIT minus interest en voor belastingen.

Eigen Vermogen / EV
Dat deel van het vermogen van een vennootschap dat toebehoort aan de vennootschap.

Effectieve rente
De werkelijke rente. De rente waarbij rekening is gehouden met afsluitkosten, het tijdstip van betalen, het aantal betalingen per jaar en de looptijd van de lening.

Escrow (-account)
Een escrow-account wordt gebruikt als tussenrekening om geld tijdelijk te stallen ten behoeve van een transactie. Het geeft zekerheid, net als een bankgarantie.

EURIBOR
Euribor is een afkorting van Euro Interbank Offered Rate. Euribor is de rente waartegen 57 Europese banken bereid zijn leningen in euro’s tegen elkaar te verstrekken. De Euribor rente tarieven worden in de financiële wereld ook gebruikt voor het vaststellen van rentes voor bijvoorbeeld hypotheken, leningen, spaarrekeningen en renteswaps.

Exclusiviteit
Exclusiviteit is een overeenkomst tussen partijen, dat verkoper niet met andere partijen in onderhandeling treedt of zal treden, waarbij een limiet wordt gesteld aan de tijd dat de overeenkomst geldig is.

Exit
Engels voor desinvestering (verkoop van een participatie in een onderneming).

Expansiefinanciering
Financiering voor het verder commercialiseren van productie en verkoop bij ondernemingen die hun productontwikkeling voltooid hebben, maar nog geen winst genereren. Ook gebruikt voor groeifinanciering in volwassen bedrijven.

Factoring
Ondernemingen kunnen hun zakelijke debiteuren door een factoormaatschappij laten bevoorschotten. De vordering op de (zakelijke) debiteur wordt dan overgedragen aan de factoormaatschappij, deze zorgt dan voor incasso van de vordering. Een onderneming kan factoring gebruiken als instrument bij het beperken van debiteurenrisico’s. Eigenlijk is factoring een kredietvorm. Vooral bij de exporttransacties is factoring nuttig.

Financieringsfase
De fase waarin een onderneming zich bevindt op het moment dat kapitaal verstrekt wordt. De volgende financieringsfasen worden onderscheiden: seed, start, expansie, buyout en overig (turnaround en herfinancieringen).

Financieringshefboom
Door middel van het aantrekken van vreemd vermogen wordt een hoger rendement op het eigen vermogen behaald. Tenminste, indien voor het vreemde vermogen een lagere rente betaald wordt dan de rendementseis op het eigen vermogen (dit verschilt per onderneming).

Financial Lease
Een financieringsovereenkomst waarbij een lease-object (bijvoorbeeld een auto of machine), tegen periodieke betaling van de overeengekomen leasetermijnen, voor een vaste periode, door een leasemaatschappij (lessor) aan de gebruiker (lessee) ter beschikking wordt gesteld. Het juridische eigendom is in handen van de lessor, het economische bij de lessee. Een financial lease wordt, in tegenstelling tot een operational lease, op de balans opgenomen.

Fonds-in-fonds
Fonds dat in andere participatiefondsen deelneemt en derhalve indirect participeert.

Free Cash Flow (FCF)
Vrije kasstroom. Vast te stellen door van de EBITDA, de belasting op de operationele winst, de mutaties in de investeringen en de mutaties van het werkkapitaal af te trekken. De vrije kasstroom geeft aan wat er over blijft voor de vertrekkers van het vermogen.

Garantie
Een garantie is een verklaring van de verkoper over de staat van de onderneming op het moment van verkoop. De garanties moeten kloppen. Bij in gebreke stelling, wil een koper afspraken op papier over schadevergoeding, waarbij beperking van aansprakelijkheid, de omvang van de claim, de duur dat er nog geclaimd kan worden en hoe men een mogelijke procedure wil laten verlopen, als richtlijnen worden opgenomen.

Garantievermogen
Is het vermogen van een onderneming om verliezen op bezittingen op te kunnen vangen. Als uitgangspunt wordt veelal het eigen vermogen van de onderneming genomen. In veel gevallen corrigeren banken het eigen vermogen op een aantal punten, bijvoorbeeld door betaalde goodwill op het eigen vermogen in mindering te brengen of een achtergestelde leningen aan het eigen vermogen toe te rekenen.

Gestapeld financieren
Een totaalpakket aan financiering, zowel eigen- als vreemd vermogen, in diverse vormen en mate van achterstelling.

General Partnership (GP)
Wettelijke term voor een persoon die, samen met tenminste nog één partner, een onderneming opricht en hiervoor hoofdelijk aansprakelijk is.

Good-leaver / bad-leaver bepaling
Afspraken over overdracht van aandelen en andere relevante zaken in geval van vertrek van een manager die ook aandeelhouder is.

Goodwill
Het verschil tussen de prijs welke wordt betaald voor de onderneming / aandelen en de boekhoudkundige waarde van het eigen vermogen op de balans.

Hedgefonds
Hedgefondsen participeren in beursgenoteerde bedrijven, vaak met een minderheidsaandeel en richten zich erop zoveel mogelijk rendement in een korte termijn te realiseren. Hiervoor nemen zij vaak grote risico’s, zoals het speculeren op koersstijgingen. Hedgefondsen bestaan vaak uit meerdere beleggers, die participeren in een fonds.

Hoofdelijke aansprakelijkheid
Dit betekent dat wanneer meerdere personen gezamenlijk een schuld aangaan, de schuldeiser het volledige bedrag bij elk van hen kan opeisen. De schuldeiser heeft tegenover ieder van hen recht op nakoming van het geheel. Degene die wordt aangesproken voor het geheel heeft overigens wel regres op zijn medeschuldenaren, dat wil zeggen hij kan het deel waarvoor hij “teveel” is aangesproken bij die medeschuldenaren opeisen.

IM / Informatie Memorandum
Informatie memorandum met alle ins en outs van een bedrijf.

Indemnities
Vrijwaringen.

Informals / Informal investor
Informal investors. Vermogende personen, vaak met veel ervaring als ondernemer, die hun vermogen willen investeren in een onderneming of in een fonds dat in ondernemingen investeert. Door de inhoudelijke kennis en ervaring zal de informal investor eerder dan andere partijen bereid zijn een investering te doen, omdat hij de risico’s beter kan inschatten.

Interest Coverage Ratio (ICR) ofwel rentedekkingsfactor
Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin de onderneming aan haar huidige of toekomstige rentelasten kan voldoen. Deze ratio wordt met name gebruikt door kredietverstrekkers. In formule: Rentedekkingsfactor = bedrijfsresultaat / rentelasten vreemd vermogen.

Interest Rate Swap
Overeenkomst tussen twee partijen waarbij over een overeengekomen hoofdsom en periode vaste en variabele renteverplichtingen worden uitgewisseld.

Interne Rentabiliteit-methode
Deze methode berekent de rentabiliteit van een investering. De methode meet de rentabiliteit van een investering door de discontovoet c.q. rekenrente zo aan te passen dat de contante waarde van de verwachtte cashflows gelijk is aan het investeringsbedrag.

Internal Rate of Return (IRR)
Een andere benaming voor Discounted Cash Flow (DCF). Een manier om het rendement van een investering te berekenen.

Intrinsieke waarde
Huidige boekwaarde van bezittingen minus de huidige boekwaarde schulden. Bij intrinsieke waarde wordt geen rekening gehouden met gegenereerde waarde in de toekomst of de tijdswaarde van geld.

Investment Committee
Het investeringscommité van een participatiemaatschappij bepaald uiteindelijk of een investering daadwerkelijk gedaan wordt.

Investor buyout (IBO)
Verkoop van een bedrijf of bedrijfsonderdelen aan een participatiemaatschappij.

Junior vreemd vermogen
Het deel van het vreemd vermogen van een investering dat het minste risico loopt en daarom ook het minste rendement oplevert.

Key value drivers (KVD’s)
De punten die de meeste invloed uitoefenen op de waarde van een onderneming, zoals marktpositie en merknaam.

Koopovereenkomst
De finale overeenkomst tussen partijen over de verkoop / koop van de onderneming. Ook wel SPA / Share Purchase Agreement.

Krediet
Een overeenkomst, waarbij de ene partij aan de andere een geldbedrag ter beschikking stelt zonder een vaste hoofdsom met aflossingen maar heeft een maximale limiet. De vergoeding voor het gebruik, de rente, is altijd variabel. Bij een krediet betaal je alleen rente over het werkelijke gebruik van het krediet. De rente van een krediet is vaak wel hoger dan bij een lening en er dient naast rente vaak ook nog kasvoorschotprovisie betaald te worden of kredietprovisie.

Kredietprovisie
De aan de bank verschuldigde vergoeding over het hoogste debetsaldo van een krediet in rekening-courant (de kredietlimiet).

Kredietrisico
De term waarmee het risico dat banken verlies lijden op leningen aan particulieren, bedrijven en andere organisaties wordt aangegeven.

Late-fase financiering
Verzamelnaam voor buyout financiering en overige financiering voor volwassen ondernemingen.

Lening
Een overeenkomst, waarbij de ene partij aan de andere een geldbedrag verstrekt met de verplichting een gelijk bedrag op termijn terug te geven. De afgesproken rente dient als vergoeding voor het verstrekte geldbedrag. Het verschil tussen een lening en een krediet is dat een lening een vaste hoofdsom kent en een vast schema van aflossingen heeft (dit schema van aflossingen kan ook nul zijn). Voor de rente kan een keuze gemaakt worden uit variabele rente of rentevast voor een bepaalde tijd.

Letter of Intent (LOI)
Intentieverklaring, onderhandelingspunten. Dit is de eerste schriftelijke vastlegging van de bedoelingen van partijen. Dit kan kort, doch ook zeer uitgebreid worden vastgelegd. In het laatste geval bevat de LOI een beschrijving van de overwegingen, de informatie waarop de LOI is gebaseerd, omschrijving van de partijen en de diverse overdrachtsdata, uitgangspunten, (financierings-)condities, voorbehouden en voorwaarden. Tevens de koopsom en betalingscondities. Er gelden vaak exclusiviteitsrechten en geheimhoudingsverklaringen.

Leveraged Buyout (LBO)
Een financieringsmethode waarbij de overname van een bedrijf voornamelijk berust op geleend geld, dat later door het overgenomen bedrijf moet worden terugbetaald. De activa van het overgenomen bedrijf worden als onderpand bij de lening gebruikt.

Leverage
Een investering bestaat meestal uit een deel eigen kapitaal en een deel schuld. Leverage is het gedeelte geleend geld. De leverage van een onderneming geeft aan hoeveel procent van het balanstotaal uit vreemd vermogen bestaat. Ondernemingen met een hoge leverage hebben een relatief groot gedeelte van haar balans met vreemd vermogen gefinancierd. Hoe hoger de leverage, hoe lager de solvabiliteit van een onderneming en hoe hoger het risico voor verstrekkers van vermogen.
Bedrijven met een hoge leverage zijn over het algemeen kwetsbaarder, dit is het gevolg van een relatief hoge rentelast die door de bedrijfsresultaten moet worden opgevangen. Als compensatie vragen verstrekkers van (vreemd) vermogen een hogere (rente) vergoeding naarmate de leverage toeneemt.

Limited Partnership (LP)
Naast tenminste één General Partner zijn er één of meer Limited Partners. De Limited Partners zijn als aandeelhouders alleen aansprakelijk voor hun eigen geïnvesteerde vermogen en hebben geen of beperkt zeggenschap.

Limited Liability Partnership (LLP)
Een aantal of alle partners van een onderneming hebben beperkte aansprakelijkheid.

Liquiditeit
Een onderneming is liquide als er op korte termijn aan de betalingsverplichtingen kan worden voldaan. Een veel gebruikt kengetal is de current ratio.

Locked box mechanism
Wanneer na een deal de netto activa van een onderneming lager uitvallen dan aangenomen werd bij de overname, dient de verkoper de koper hiervoor te compenseren. Hierover ontstaan vaak langlopende discussies. Bij het “locked box mechanism” gebeurt compensatie alleen als de netto inkomsten minimaal 10% minder zijn dan verwacht.

Lucratief belang
Vermogensbestanddelen zoals aandelen of schuldvorderingen als beloning voor werkzaamheden. Het dient te gaan om achtergestelde aandelen in een vennootschap met een preferentie van ten minste 15% dividend per jaar.

Make or buy
De kosten en de voordelen van het zelf maken of inkopen van een product of dienst tegen elkaar afwegen.

MBI – Management Buy-In
Verkoop van een bedrijf of bedrijfsonderdelen aan management dat nog niet werkzaam is bij de onderneming. Bij grotere buyins wordt vaak een deel van de aandelen door een participatiemaatschappij gekocht, die samenwerkt met het nieuwe management.

MBO – Management Buy-Out
Verkoop van een bedrijf of bedrijfsonderdelen aan het zittende management. Bij grotere buyouts wordt vaak een deel van de aandelen door een participatiemaatschappij gekocht, die samenwerkt met het management.

Market flex clausule
Een market flex clausule houdt in dat de bank het recht heeft om bepaalde voorwaarden van de financiering aan te passen, wanneer blijkt dat andere banken niet willen bijdragen aan het risico van de lening. Veelal wordt in dit geval de rentemarge aangepast.

Market risk premium
De market risk premium is het verschil tussen de verwachte opbrengsten van een investering en de risk-free rate (de opbrengsten van een investering zonder risico, zoals een investering in overheidsobligaties). Oftewel de hoogte van het deel van het rendement dat afhankelijk is van het risico dat de markt met zich meebrengt.

Marktkapitalisatie
De waarde van het totale in aandelen geïnvesteerde vermogen.

Markup
Het verschil tussen de kostprijs van goederen of diensten en de verkoopprijs hiervan.

Material Adverse Change Clausule (MAC-clausule)
De MAC-clausule in een overnamecontract is een vangnetbepaling die in werking kan treden bij substantiële wijzigingen in de markt. De koper kan zich in bepaalde gevallen terugtrekken door een beroep te doen op de MAC-clausule.

Mezzanine
Achtergestelde ongedekte lening die bij een faillissement als laatste lening in aanmerking komt om terugbetaald te worden. Deze vorm van financiering loopt dus het meeste risico en levert daarom het meeste rendement op, op het eigen vermogen na. Denk hierbij aan converteerbare schuld, preferente aandelen of warrants.

Multiple (markt/methode/transactie)
Relatieve waardering van een onderneming kan met behulp van multiples. De waarde wordt berekend door ratio’s van het bedrijf te vergelijken met vergelijkbare (beursgenoteerde) bedrijven.

Negative Pledge
Een clausule die opgenomen wordt in een krediet- of financieringsovereenkomst. Met deze clausule verklaart de geldnemer bepaalde roerende of onroerende goederen die hij in bezit heeft, of nog gaat verwerven, niet met hypotheek of andere goederenrechtelijke rechten zal belasten (om daarmee geld bij anderen te lenen).

Netto Contante Waarde (NCW)
Door de contante waarde van de kosten af te trekken van de contante waarde van de opbrengsten, ontstaat de zogenaamde Netto Contante Waarde of Netto Actuele Waarde (NAW), een term gebruikt bij ondernemingsfinanciering. Contante waarde is de huidige waarde van een bedrag waarover je pas na een bepaalde periode de beschikking hebt.

Newco
Een algemene naam die wordt gegeven aan spin-offs en start-ups, wanneer deze nog geen eigen naam hebben. Een Newco wordt ook opgericht bij een buy-out.

Niet-bindend verklaring / non-binding clause
Het niet-bindende karakter van clausules of van een gehele overeenkomst. Vaak worden deze clausules in het begin van de onderhandelingen opgenomen. Verder in het proces wijzigen deze in bindend-verklaringen.

Nominale rente
De nominale rente is de rente op jaarbasis, waarbij geen rekening is gehouden met het aantal betalingen per jaar.

Non-binding offer
Bod op activa of aandelen bij een overname, waarbij men zich nog niet juridisch gebonden heeft aan het afsluiten van de deal.

Non-disclosure agreement (NDA) / Geheimhoudingsverklaring
Een wettelijke overeenkomst tussen tenminste twee partijen, waarin overeengekomen wordt bepaalde vertrouwelijke informatie met elkaar te delen voor een bepaald doel. Beide partijen komen overeen deze informatie geheim te houden.

Non dividend clause / verklaring
Clausule in een lening overeenkomst die inhoudt dat het niet mogelijk is om dividend uit te keren zonder voorafgaande toestemming van de bank.

Normaliseren
Normaliseren is het vergelijkbaar en op dezelfde wijze te interpreteren maken van jaarrekeningen, volgens de algemeen gangbare waarderingsgrondslagen en -normen. Bij het normaliseren van de jaarrekening moeten alle niet tot de feitelijke bedrijfsvoering bijdragende kosten en opbrengsten worden geschrapt. Denk hierbij aan niet relevante posten voor de winstkapitalisatie, zowel incidenteel als niet-normatief (bijv. pensioen, debiteuren, afvloeiingskosten, éénmalige baten/lasten, correcties op afschrijvingen, niet-marktconforme beloningen, autokosten, R&D uitgaven, marketing- en verkoopkosten, etc.).

Obligokrediet
Een krediet voor het verstrekken van garanties bij onder andere het zakendoen met buitenlandse partijen of verplichtingen uit hoofde van bijvoorbeeld een huurgarantie. Dit krediet maakt in veel gevallen onderdeel uit van een rekening-courantkrediet.

Offer Letter
De brief met daarin de intentie tot de aankoop door koper, veelal met een niet-bindend karakter.

Omloopsnelheid totaal vermogen
De omloopsnelheid van het vermogen geeft inzicht in de efficiency van het vermogensgebruik. Hoe efficiënter het vermogen van de onderneming wordt ingezet hoe hoger de omloopsnelheid.
Formule: Omloopsnelheid totaal vermogen = omzet / balanstotaal.

Omzetsnelheid
Omzetsnelheid, of omloopsnelheid van de voorraad, geeft aan hoe vaak de gemiddelde voorraad per jaar wordt omgezet. Is er binnen een onderneming sprake van een lage omzetsnelheid, dan kan het zijn dat men te veel, oude of verkeerde goederen op voorraad heeft. Over het algemeen kan gesteld worden dat hoe hoger de omloopsnelheid hoe hoger het rendement van een onderneming. Dit komt doordat de voorraad een beroep doet op kapitaal, Over kapitaal wordt rente betaald. Daarnaast zit het kapitaal vast in voorraden waardoor het elders niet geïnvesteerd kan worden.
Formule: Omzetsnelheid = jaaromzet / gemiddelde voorraad.

Operational Lease
Deze leasevorm is qua tarifering hetzelfde opgebouwd als een financial lease, echter naast de financieringscomponent zijn er nog opslagen voor onderhoud, verzekering, administratie en eventuele overige exploitatiekosten. Feitelijk wordt er een huurvergoeding betaalt, waarbij de huurder geen eigenaar is van het object en activeert het object niet op de balans.

Pand akte
Dit document dient ter verbetering van de vorderingspositie van een schuldeiser bij een eventueel faillissement van de schuldenaar. Indien bijvoorbeeld een werkmaatschappij onverhoopt failliet gaat kan de pand akte ervoor zorgen dat de schuldeiser boven de concurrente schuldeisers komt.

Parapluconstructie
Kredietvorm waarbij een bank en de moedermaatschappij hebben afgesproken dat niet alleen de moeder maar ook de dochtermaatschappijen gebruik mogen maken van de kredietfaciliteit. De moedermaatschappij staat garant voor haar dochters.

Pari-passu
Een pari passu-verklaring is een oneigenlijke zekerheid bij kredietverlening waarbij de kredietnemer belooft dat er geen activa als zekerheid voor kredietverlening aan andere financiers zijn verstrekt. Als de onderneming in de toekomst toch zekerheden aan andere kredietverstrekkers verschaft, dan belooft de onderneming dat de bank concurrent crediteur blijft.

Perceived value
De vermeende waarde van een product: wanneer een onderneming hoge waarde levert voor een hoge prijs, kan de vermeende waarde voor een consument laag zijn. Wanneer de onderneming hoge waarde levert voor een lage prijs, kan de vermeende waarde hoog zijn.

Perpetuele lening
Een perpetuele lening is een eeuwigdurende lening.

Phantom income
Inkomsten die niet daadwerkelijk cash flow genereren, maar waar wel belasting over geheven wordt.

Positieve/negatieve hypotheekverklaring
Een verklaring waarbij de eigenaar van een onroerende zaak aan de bank belooft zijn onroerende zaak niet ten behoeve van iemand anders te belasten (negatief) en op afroep van de bank aan de bank het recht van hypotheek toe te wijzen (positief).

Positive pledge
Clausule in een financieringsovereenkomst waarin de geldnemer verklaart in het geval (aanvullende) kredietruimte ter beschikking wordt gesteld hij extra zekerheden zal verstrekken aan de geldverstrekker op zijn verzoek.

PPM
Participatiemaatschappij.

Pre-pack
Ook wel stille bewindvoering. Voordat een bedrijf surseance van betaling wordt verleend of een faillissement wordt uitgesproken, wordt er een stille bewindvoerder aangesteld, die als taak heeft te bekijken of de onderneming nog te redden valt en of er bij een faillissement nog doorstartmogelijkheden aanwezig zijn. Er wordt onderzocht wat de omvang van de schulden is, de financiële positie en de nog bestaande waarde van de onderneming. Een stille bewindvoerder wordt in de regel door de rechtbank aangewezen.

Private equity (PE)
Investeringen in niet-beursgenoteerde ondernemingen. Private equity omvat zowel investeringen in jonge, snel groeiende (technologie) bedrijven – ook wel aangeduid als venture capital – als investeringen in volwassen bedrijven.

Probability of default
De kans dat een tegenpartij niet aan haar verplichten kan voldoen.

Proprietary dealflow
Transacties uit het eigen netwerk, waarbij een investeringsmaatschappij als eerste toegang heeft tot het bedrijf, nog voordat andere gegadigden de gelegenheid krijgen.

Pro resto
Het restant van de schuld die overblijft na de reeds gedane aflossingen.

Public equity
Vermogen dat geïnvesteerd is in een beursgenoteerde onderneming.

Quick Ratio
De Quick Ratio is een (liquiditeits)kengetal dat inzicht geeft in de mate waarin de onderneming in staat is haar kortlopende schulden te voldoen, uitgaande van de op de balans aanwezige vlottende activa (exclusief voorraad). De formule: Quick Ratio = (vlottende activa -/- voorraad) / kort vreemd vermogen De interpretatie van de ratio kan verschillen per onderneming, maar deze hoort doorgaans minimaal 1 te zijn. Het verschil tussen de Quick Ratio en de Current Ratio zit in het feit dat de Quick Ratio de voorraden niet meeneemt in de som van de vlottende activa. De reden hiervoor is dat voorraden over het algemeen minder liquide zijn dan de overige vlottende activa, daarnaast staat de voorraad vaak bloot aan prijsfluctuaties en ouderdomsrisico.

Quick scan
Tijdens een quick scan worden de risicogebieden van een deal geïdentificeerd en de scope en reikwijdte bepaald.

Ratchet
Het recht van het management van de portfolio-onderneming om haar aandeel in de exit-opbrengsten ten koste van de participatiemaatschappij te vergroten indien bepaalde vooraf gedefinieerde rendementsdoelstellingen zijn behaald.

Recovery
Tijdens een recovery van een bedrijf, wordt er gewerkt aan het rendementsherstel, met een juiste mix aan acties gericht op omzetverhoging, kostenverlaging, het nemen van de juiste investeringsbeslissingen en een gedegen sturing op het werkkapitaal.

Rentabiliteit
De rentabiliteit is in bancaire zin de belangrijkste factor in het beoordelen van een financieringsverzoek. Met deze factor kan men beoordelen of de debiteur aan zijn rente en aflossingsverplichtingen kan voldoen. De rentabiliteit wordt uitgedrukt aan de hand van de relatieve betalingscapaciteit (debt service) ten opzichte van de werkelijke rente en aflossingsverplichtingen. Deze factor wordt ook wel de Debt Service Coverage Ratio genoemd (DSCR).

Rentabiliteit eigen vermogen (REV) ofwel Return on Equity (ROE)
De rentabiliteit van het eigen vermogen is een kengetal dat de winstgevendheid van het geïnvesteerde eigen vermogen inzichtelijk maakt. Het kan hier gaan om de winstgevendheid (rentabiliteit) voor of na belasting.
Formule: REV voor belasting = Winst voor belasting / eigen vermogen x 100% of REV na belasting = Nettowinst / eigen vermogen x 100%.

Rentabiliteit totaal vermogen (RTV) ofwel Return on Assets (ROA)
De rentabiliteit van het totaal vermogen is een kengetal dat de winstgevendheid aangeeft van het gemiddeld totaal vermogen vóór belasting en rente.
Formule: (Nettowinst (voor belasting) + rente vreemd vermogen) / Totaal geïnvesteerd vermogen.

Rentabiliteitswaarde methode
Waarde van een onderneming bepalen aan de hand van de winstcapaciteit.

Rente opslag
Dit is een rente opslag bovenop het “basis” tarief. Deze opslag is afhankelijk van het risico dat een uitlenende partij loopt op niet-terugbetaling. Banken lenen aan bedrijven over het algemeen op basis van een basisrente plus risico opslag of Euribor rente plus risico opslag. Een solide bedrijf zal te maken krijgen met een lagere opslag dan een startend bedrijf en/of een minder solide onderneming.

Reverse ratchet
Het recht van de participatiemaatschappij om extra aandelen uit te geven om hiermee het management belang te laten verwateren wanneer bepaalde vooraf gedefinieerde rendementsdoelstellingen niet gehaald worden.

Revolving credit
Een financieringsvorm op middellange termijn met een variabele rente die gekoppeld is aan de geldmarktrente. Behalve de rente is ook het uitstaande krediet, met als maximum het limiet, variabel. Indien een aflossingsschema is overeengekomen wordt feitelijk het maximaal toegestane gebruik (limiet) verlaagd volgens dit schema. Dit soort kredietfaciliteiten wordt veelal gebruikt door bedrijven waarbij de liquiditeitsbehoefte gedurende een jaar fluctueert (seizoen patroon).

Right of First Refusal
Aandeelhoudersrecht om als eerste te bieden in geval een andere aandeelhouder zijn aandelen verkoopt.

Risk free rate
De opbrengst van een investering waarbij aangenomen wordt dat deze vrijwel zonder risico is, gebruikelijk de rentecurve van high grade overheidsobligaties.

Screening
Sterkte- en zwakteanalyse van een te kopen onderneming.

Secondary buy-out
Buyout waarbij de participatie wordt overgenomen door een andere participatiemaatschappij of financiële instelling.

Sector bèta
De beta (β) van aandelen of een portefeuillebedrijf is het getal dat de verhouding tussen de volatiliteit van een bedrijf en de volatiliteit van de gehele sector weergeeft.

Seedfinanciering/-kapitaal
Financiering voor onderzoek, bepaling en ontwikkeling van het initiële concept voordat de start-up fase wordt bereikt.

Senior vreemd vermogen
Het deel van het vreemd vermogen van een investering dat op één na het minste risico loopt, en dus ook het op één na minste rendement oplevert.

Solvabiliteit
De mate waarin een onderneming in staat is aan haar lange termijn verplichtingen te voldoen jegens haar schuldeisers. Het gaat om de verhouding tussen eigen vermogen en balanstotaal (EV/Balanstotaal).

Solvabiliteitsratio
Verhouding (als percentage) tussen het eigen vermogen van een onderneming en het totale vermogen. Ook wel weerstandsvermogen.
Formule: Solvabiliteit = Eigen vermogen / Totaal vermogen.

SPA / Share Purchase Agreement
De finale overeenkomst tussen partijen over de verkoop / koop van de onderneming. Ook wel Koopovereenkomst.

Staatsgarantie
Indien een ondernemer over onvoldoende middelen of te weinig zekerheden beschikt voor een krediet bij een bank, kan de onderneming een borgstelling voor een gedeelte van het benodigde krediet krijgen. Voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) betreft dit Borgstellingsregeling MKB-kredieten (BBMKB / Borgstellingskrediet) en voor grote en middel grote ondernemingen betreft dit de Garantie Ondernemingsfinanciering ofwel de GO-regeling (zie ook Ministerie van ELI).

Startfinanciering/-kapitaal
Financiering voor productontwikkeling en initiële marketingactiviteiten van beginnende ondernemingen.

Sweet equity
Managers krijgen veelal een groter aandelenbelang in een onderneming in verhouding tot hun investering dan een participatiemaatschappij. Dit wordt gestructureerd door een grotere uitgifte van preferente aandelen of aandeelhoudersleningen aan de participatiemaatschappij.

SWOT-analyse
Strengths, Weaknesses, Opportunities & Threats: sterkte- en zwakteanalyse in combinatie met een kansen en bedreigingen analyse.

Tag Along Right
Aandeelhoudersrecht om aandelen mee te verkopen indien andere aandeelhouders hun aandelen verkopen.

Target debt-to-enterprise value ratio
De gemiddelde verhouding netto schuld versus ondernemingswaarde van de sector waarin het portfolio bedrijf actief is.

Tax shield
Een vermindering van vennootschapsbelasting door een vermindering van de belastbare winst. Bijvoorbeeld door een lening te nemen, aangezien rente over een lening aftrekbaar is van de winstbelasting. De kasstromen blijven hierdoor hoger, waardoor tevens de waarde van een onderneming stijgt.

Teaser / Anoniem verkoopprofiel
Het anonieme verkoopprofiel van de onderneming, welke ter verkoop wordt aangeboden aan vooruit geselecteerde potentiële kopers. Het doel is -zonder de identiteit van verkoper prijs te geven- te polsen of er mogelijk interesse voor het bedrijf in de markt.

Terminal value
Toekomstige waarde van alle verdisconteerde kasstromen na een specifieke periode.

Termsheet
Een document waarin de bepalingen van de overdracht van een onderneming worden vastgelegd. Het document is een intentieverklaring, nog geen bindend contract.

Thin capitalization
Financiering van een bedrijf met relatief weinig eigen vermogen.

Tijdswaarde van geld
Een euro nú is meer waard dan een euro over een jaar, omdat deze euro in de tussentijd meer waard kan worden door deze te investeren of uit te lenen tegen rente. De tijdswaarde kan dan als volgt uitgerekend worden: Kapitaal (na t jaar) = Kapitaal (begin) * (1 + rente)t

Turnaroundfinanciering
Investering in een bedrijf dat verlies lijdt en waarvan de continuïteit zonder extern vermogen niet is gewaarborgd. Door middel van een investering in een reorganisatie kan de onderneming weer levensvatbaar worden.

Value-at-Risk (VaR)
Een analyse waarbij de waarschijnlijkheid (risico) wordt ingeschat dat de verliezen op een portefeuille een bepaald bedrag (omvang) zullen overschrijden.

Valuta exposure
In hoeverre de winst van een onderneming wordt beïnvloed door wisselkoersschommelingen.

Vendor Due Dilligence (VDD)
Onafhankelijk en volledig boekenonderzoek naar alle informatie van de onderneming alvorens met het verkoopproces te starten, welke verstrekt kan worden aan potentiële kopers.

Vendor Loan
Een lening van verkoper aan koper, ten behoeve van de realisatie van de transactie.

Venture capital
Investeringen in jonge, snel groeiende (technologie-)bedrijven, waaraan relatief hoge risico’s verbonden zijn.

Verdisconteringsvoet
Een verdisconteringsvoet wordt gebruikt om de huidige waarde van toekomstige kasstromen te calculeren op basis van een bepaalde rendementsverwachting. Vaak wordt hier de WACC voor gebruikt (Weighted Average Cost of Capital).

Vrijwaring
Een vrijwaring is een afspraak dat een specifiek reeds bekend risico of probleem voor rekening van de verkoper komt. Er kunnen legio zaken aan de orde zijn, denk aan ontslagprocedures, milieuverontreiniging, belastingclaims, etc. Los even van de uiteindelijke afloop en hoogte van de schade, vrijwaart de verkoper de koper voor alle risico’s en bijkomende kosten van dergelijke zaken. In tegenstelling tot een garantie worden de aansprakelijkheden uit vrijwaringen niet beperkt.

Vervangingskapitaal
Men spreekt van vervangingskapitaal wanneer een financiële investeerder de aandelen van een andere aandeelhouder overneemt. In dit geval ontvangt de onderneming geen extra kapitaal.

Voorraadtermijn
De termijn (vaak in dagen) dat goederen en/of grondstoffen gemiddeld in voorraad zijn. De voorraadtermijn wordt berekend door de waarde van de voorraad te relateren aan de omzet (voorraad gedeeld door omzet maal 365 dagen).

Vroege-fase financiering
Verzamelnaam voor seed- en startkapitaal en overige financiering voor de eerste groeifasen van beginnende ondernemingen.

VV
Vreemd vermogen.

Waardering
De bepaling van de mogelijke waarde van het bedrijf, waarbij diverse methoden gehanteerd kunnen worden. Een veel toegepaste methodiek is de ‘DCF-methode’.

Warm doorstarten
Bij een warme doorstart wordt getracht het faillissement van een bedrijf te voorkomen, door met de crediteuren tot een betalingsregeling te komen. De snelheid van handelen is cruciaal, vanwege de hoge liquiditeitsdruk.

Warrant
Een warrant is een soort optie, welke iemand het recht geeft om vóór of op een bepaalde datum effecten te kopen (call-warrant) dan wel te verkopen (put-warrant) tegen een vooraf vastgestelde prijs.

Weighted Average Cost of Capital (WACC)
Gemiddelde Gewogen Kosten van Kapitaal: bedrijven creëren aandeelhouderswaarde door een hogere opbrengst te genereren dan de kosten van het geïnvesteerde kapitaal. Hierbij is kapitaal de som van het geïnvesteerde eigen vermogen en vreemd vermogen WACC is een uitdrukking van deze kosten, in procenten en wordt vaak gebruikt als een verdisconteringsvoet.

Werkkapitaal (ook wel netto werkkapitaal)
Het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen) op de balans van een onderneming en de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). Het netto werkkapitaal wordt berekend aan de hand van de volgende formule: Vlottende activa – kort vreemd vermogen. De vlottende activa bestaat uit voorraden, debiteuren en liquide middelen. De kort lopende schulden betreffen crediteuren en overige kortlopende schulden.

Withholding tax
Het te betalen bedrag aan belastingen over een betaling wordt door de betaler rechtstreeks voldaan aan de Belastingdienst. De ontvanger hoeft dan niet meer zelf belasting te betalen over het bedrag.

Zekerheden
In bancaire zin is zekerheid alleen een actief waarop een onderpandrecht gevestigd kan worden. Grofweg kent men de volgende twee type zekerheden:
-Primaire zekerheden, dit zijn registergoederen waarop een hypotheek te vestigen is.
-Secundaire zekerheden, dit zijn alle overige materiële vaste activa waarop een pandrecht gevestigd kan worden.

Behalve deze zekerheden zijn er ook aanvullende of tertiaire zekerheden, het betreft hier borgstelling en/of aanvullende voorwaarden die de bank kan stellen (zie ook covenant). Een tekort aan zekerheden wordt een blanco in de dekking genoemd, een overschot een surplus in de dekking.